Adorp informeert

Selecteer pagina

Bij één van de kastanjebomen is een ernstige vorm van zwam geconstateerd. Vorige week heeft een vervolgonderzoek plaatsgevonden door de fa. Stedelijk Groen. Aanleiding was een uitvoerig bomenrapport “VTA Kerk en kerkhof Torenstraat Adorp” van vorig jaar. In het rapport werd groot snoeionderhoud aanbevolen en bovendien de zwamontwikkeling in het winterseizoen te volgen en nader te onderzoeken.

De staat van de vierde kastanjeboom in de rij vanaf de kerk is zodanig dat een noodkapvergunning is aangevraagd voor een zo spoedig mogelijke kap. De verwachting is dan ook dat deze vergunning binnenkort wordt verstrekt en men deze week nog tot kap kan overgaan. Om veiligheidsredenen is het wandelpad naar de school en de begraafplaats om en nabij deze boom afgezet voor publiek. Risico voor plotseling windval van de boom of takkenbreuk is bij deze zwamvorming aan de boom erg groot.
Hieronder volgt een overzicht van verschillende zwamsoorten (uit het VTA rapport van Stedelijk Groen) die in loofbomen kunnen voorkomen.

Honingzwam (Armillaria mellea)
Gevaarlijke zwam die witrot veroorzaakt, met name in het wortelgestel en die het cambium van de boom aantast, zodat de boom naast conditieverlies in korte tijd (zeer) gevoelig wordt voor windworp. Advies is om een aangetaste boom altijd te verwijderen en de stobbe en wortelresten zo compleet mogelijk te verwijderen, aangezien deze nog jarenlang als voedselbron kunnen dienen.

Zadelzwam (Polyporus squamosus)
Grote waaiervormige zwam die vaak in groepen voorkomt op oude snoeiwonden. Deze zwam veroorzaakt witrot in het kernhout van de stam of takken, terwijl het spinthout intact blijft. Als gevolg van het rotten van het kernhout kan stam- of takbreuk optreden, doordat het spinthout intact blijft gaat de conditie als gevolg van een aantasting van de zadelzwam niet achteruit.

Gewone oesterzwam (Pleurotus ostreanus)
De gewone oesterzwam is een zwakteparasiet die vaak in groepen op de stam van verzwakte loofbomen voorkomt. Is er sprake van zwamvorming in de vorm van oesterzwammen dan wordt het kernhout aangetast en ontstaat er een verhoogde kans op stambreuk. Een conditioneel sterke boom kan de afbraak van het hout jarenlang compenseren met jaarlijkse houtaangroei. Bij zware en langdurige aantastingen kan dit leiden tot windworp. Wanneer deze zwam samen met het fluweelpootje voorkomt is er sprake van een verhoogde kans op tak- en stambreuk en dient de boom versneld gekapt te worden.

Fluweelpootje (Flammulina velutipes)
Zwam die in de wintermaanden in bundels uit stammen en gesteltakken tevoorschijn komt. Indien kastanjebomen aangetast zijn door het fluweelpootje, vaak in combinatie met de oesterzwam, betekent dat in het geval van de paardenkastanje dat dit een voorbode is van stam en takbreuk! Dergelijke bomen dienen dan ook te allen tijde verwijderd te worden, waarbij een noodkapprocedure gevolgd moet worden.