Adorp informeert

Selecteer pagina

Paulien Cornelisse schrijft in haar column, De Volkskrant van 10 januari, over haar kennismaking met  het Hogeland. Het artikel stond in de krant op een moment dat veel Groningers in een lange rij staan voor de gemeentehuizen of oogluikend online kijken naar een hoog genummerde plek met een lange wachttijd op de laptop. Haar ode voor Ede Staal mag dan voor ieder een schrale troost zijn.

Paulien’s column in De Volkskrant naar aanleiding van een weekend Harssensbosch:

“”We zongen met Ede Staal. ’t Zal weer veujoar worden, ’t zal weer veujoar worden. Ook al joeg er een koude wind over het Hogeland. Ook al moest er, zo aan het begin van het jaar, wat teleurstelling worden weggeslikt.

Bij een kleine boerderij stonden wat Schotse hooglanders die hun veldje deelden met één enkele struisvogel. De struisvogel stond erbij als een dame die als enige een jurk had aangetrokken naar het dorpsfeest, terwijl verder iedereen voor een praktische outfit had gekozen.

Ze zag er verbouwereerd uit. Wat deed zij hier? Hoe lang moest zij blijven? Wanneer zouden de Schotse hooglanders haar betrekken in een conversatie? En waarover zou die dan eigenlijk moeten gaan? Met grote ogen keek ze om zich heen. Wanneer zou zij met goed fatsoen een taxi kunnen laten komen?

‘Mor ’t komt aaltied wel goud’, zong Ede, terwijl de eerste druppels vielen.””